Herdenkingen van de bevrijding, festivals op 5 mei, twee minuten stilte, een sliert aan verzetsfilms op 4 en 5 mei, artikelen in de krant over hoe weinig Nederlanders verzet pleegden, vlaggen half- en heelstok, stramme oud-militairen die zowat bezwijken onder de medaillelast, dreigende rustverstoring op de Dam en herdenkingsconcerten. Nederland herdenkt wat af.

Met steigerpalen is een heuse tribune in de NH kerk in Coevorden gebouwd, niet voor het publiek maar voor het koor, het Concertkoor Drenthe. Daarvoor zit het Concertorkest Drenthe. Samen zo’n 70 personen. Tel daarbij op de crew en de vaste groupies en je komt op circa 80 personen, net iets minder dan het karig toegestroomde publiek.

Ik laat de econoom in mij (die in het programmaboekje allang geconstateerd heeft dat de Gemeente Coevorden smadelijk ontbreekt in de rij sponsoren) even rusten en geniet van wat ik zie en hoor: het Requiem van Duruflé. Maar voordat het begint vertelt Johan Stoffels van het Vier Mei Comité over Willem Mantel, een Coevordense verzetsstrijder die, evenals Stoffels’ vader, aan het eind van W.O.II werd gefusilleerd.

Wat bezielt een honderd toeschouwers om op krap geplaatste kerkstoelen te komen genieten van mooi gezongen onverstaanbare teksten op prachtige, doch volgens mijn luistermaat, zware muziek? Van de combinatie orgelspel, orkest en koor, die allemaal, beurtelings apart en dan weer gezamenlijk hun kunsten vertonen, daarbij aangestuurd door chef, menner, ploegleider, manager, aanvoerder, coach, dirigent Pruiksma.

Dat de koorstart wat aarzelend is, soit. Vanaf het Kyrie wordt er vrijuit gezongen. Kristusziele, wat klinkt dat mooi. Kippenvel als je vanuit de verte het orgel erbij hoort komen. Organist Erwin Wiersinga wordt geflankeerd door maar liefst twee registranten, nou, dan gebeurt er wel wat. De overgangen van orgel naar snaren is vaak ontroerend. Ik probeer mijn ongerustheid dat het misgaat te onderdrukken. Het gaat om rust, rust, rust. Dat je van de teksten hooguit een woord of flard verstaat is niet erg. De bijgeleverde vertalingen in het programmaboekje zijn zo mogelijk even ongrijpbaar. Bariton Martijn Sanders heeft een moment of fame wanneer hij de kalkranden van de muren zingt, wat een power, de rieten stoelzittingen spannen tot het uiterste. En dan mezzosopraan Netty Otter die vanaf de kraak het Pie Jesu zingt, daarbij beschenen door de zon die als een volgspot op een evenement haar uitlicht. Over lux aeterna gesproken.

Kijkend naar de musici vraag ik me af hoe het komt dat de verjonging in het orkest wel doorzet, maar in het koor niet? Luister eens naar de trompettisten die, bwam, spot on, invallen met het orgel. Loepzuiver, dynamisch en harmonieus tot op het bot. Als Wiersinga aan het eind enkele soli speelt, litanies van Jehan Alain, zie ik dat veel zangers even hun ogen sluiten. Nu al een power-nap? Nee man, een genotsmomentje. Tijd voor contemplatie. Goed idee, denk ik. Ik droom even weg naar het drama van Stoffels’ vader, mijn eigen ouders, de gifgasaanval in Syrië, het koor dat lekker losging in het In Paradisum, stofbanen die een obsessief-compulsief spel spelen met de net ontstoken kroonluchters en spinnetjes op de armen van de kandelaars, enkele vuige aardse genietingen, de to-do-lijst op mijn schrijftafel, jeuk aan mijn scheenbeen, de Spaanse imperativos irregulares en de datum 30 mei, wanneer Wiersinga hier weer het stof van de vloerplanken en de steren van de hemel komt spelen. Chapeau en Nederlandse Bach Academie bedankt! Volgend jaar naar het Requiem Cherubini van Luigi Cherubini.

Je moet inloggen om een reactie te kunnen plaatsen.
Menu